rood en hoogpolig

Zondagochtend ging ik naar de bioscoop voor een voorstelling van Honeyland. In het filmhuis lag dik, rood tapijt dat voelde als sneeuw onder de voeten. Net als bij sneeuw heb je stukjes waar al mensen hebben gelopen en stukjes maagdelijk tapijt, waar jouw voetstappen de eerste zijn. En ook net als bij sneeuw, ga je als vanzelf zachter praten als je er overheen wandelt.


Ik zweeg me een weg naar de foyer, waar een vrouw een oudere man aan het bedienen was. Ze zocht de slagroom. Die is heel lekker, zei ze, maar Cindy verstopt hem altijd. Na wat gerommel toverde ze een enorme bus tevoorschijn die ze royaal over het kleffe taartje spoot.
O, zei ze, nu ben ik vergeten te vragen of u de slagroom erop of ernaast wilde.
Allebei, zei de man. De slagroom zat overal, zelfs aan de zijkant van het bordje, dus dat was het beste antwoord.



Heeft u iets te vieren, dat u taart neemt? Ging de vrouw verder. Ze likte haar slagroomvingers af. Niet dat u geen taart mag nemen of iets te vieren moet hebben, maar ik ben gewoon nieuwsgierig.
Het is heel simpel, zei de man, je moet gewoon positief blijven. 

Dat is waar, zei de vrouw, maar dan moet dat wel ín je zitten. Ze maakte een beweging met de slagroombus naar haar borst. Het tuutje van de bus raakte haar borst.
Ja, ach, zei de man. Hij was inmiddels begonnen aan het taartje en zat nu ook onder de slagroom.

Ik hoef geen appeltaart meer, hoorde ik mezelf denken, ik hou het bij koffie. In mijn hoofd oefende ik alvast wat ik kon zeggen als ik aan de beurt was: nee, zonder melk. Ja, dat weet ik zeker.


Er wandelde een andere vrouw achter de balie. Cindy, stond er op haar naambordje. Ik bestelde vlug een koffie bij haar en Cindy ging in de weer met de schwung waarmee een barista dat ook doet. Ik zag nu pas dat de andere vrouw geen naambordje had. Zij ging verderop wat opruimen. Er rinkelde glas en er viel een doosje op de grond. Ik hoorde haar gedempt godverdomme zeggen. Misschien wilde ze het hardop zeggen, maar had het rode, hoogpolige tapijt nu ook zijn dempende invloed op haar.


Na afloop van de film stond de naamloze vrouw bij de uitgang. Ze zei de bezoekers gedag. 

Wat vond je van de film, vroeg ze. 

Ja, ging wel, zei ik.

Ah mooi, ik was al zo benieuwd wat je er van zou vinden.

Cindy stond buiten een peuk te roken. Ze drukte ‘m uit onder het zadel van een fiets.

Plaats een reactie