Mezelf heb ik nooit als een besmettelijk persoon beschouwd. Besmettelijk, dat is altijd de ander. Ik kon hoestend in een beslagen auto zitten met vier vrienden en niemand kreeg iets van me. Een ander hoefde maar te doen alsof of ‘ie ging niesen en ik had het al. Zo werkt dat nou eenmaal.
Tijdens het boodschappen doen vandaag, in de gang tussen de potgroenten en de pastasauzen, kuchte er iemand. Het was geen volle hoest, slechts een klein kuchje en ik stond ook nog eens op de veilige anderhalve meter afstand. Toch vroeg ik me onmiddellijk af of anderhalve meter ook een veilige afstand was om je te verhouden tot hoestende mensen. Het deed me denken aan mensen die zwemmen met haaien. Er zit dan wel een kooi tussen hen en de haai, maar die haaienmuil wordt er niet minder eng op.
Ik weet dat die haai me vroeg of laat gaat pakken. In hoeveel kooien ik mezelf ook stop, cirkelend komt hij steeds dichterbij totdat hij een gaatje ziet en me bijt. Dan ben ik een paar dagen verkouden en ben ik de haai. Anderen zullen zich zorgen maken als ik hoest. Maar ja, de besmettelijke, dat is altijd de ander.