zelfisolatie dagboek – vrijdag 17 april

Door een blessure had ik al twee weken niet hardgelopen, maar gelukkig kon ik vandaag weer. Ik deed mijn best het tempo zo te houden dat ik mezelf niet zou vergalopperen. Mijn benen leken het lopen niet te zijn vergeten en ook mijn longen vulden zich in het juiste ritme met lucht. Op straat hadden de mensen blosjes op hun gezichten, ze lachten en het waren er ook meer dan normaal.



Lente valt niet te ontkennen. Alles kriebelt uit de grond in fris groen en in je buik, ja in je buik kriebelt het ook. Mensen komen langzaam en schoorvoetend uit hun isolement, zoals vlinders uit hun cocon breken. Niet dat ze onvoorzichtig worden, maar de handrem lijkt er wel vanaf.



Ik rende verder door het bos, langs de rivier en verder en om me heen kwetterden territoriale vogels hun liedjes. Corona bestaat niet, dacht ik even. ’s Avonds toen ik een ijsje haalde, stond er een keurig geordend rijtje mensen te wachten op hun bolletjes. Alleen de steriele operatie waarmee een ijsje in drie lagen verpakking aangereikt werd, herinnerde aan de rem. De langzaam piepende rem.

Plaats een reactie