zelfisolatie dagboek – vrijdag 24 april


Nu de dagen zijn verdund tot een waterige siroop begin ik steeds meer te verlangen naar een vakantie. Niet dat het leven slecht is, sterker nog: het is belachelijk aangenaam. Dit is misschien wel het moment in mijn leven waarop ik het minst hard aan vakantie toe ben. Toch keek ik vandaag reikhalzend uit naar de smerigheid van Franse tankstations, de trage rit door langzaam veranderende landschappen – van afgesneden graan naar groene heuvels en uiteindelijk: de bergen.


In de binnentuin las ik wat uit De Levende Berg. Ik bezwoer mezelf dat lezen het goede was om te doen, dichterbij zou ik voorlopig niet komen. Er was niks aan te merken op de tuin. Alles in bloei en badend in een zacht licht en tegelijkertijd beschut onder de wapperende groene vingertjes van de bomen. Maar toch, maar toch. Ik snakte naar slecht campingsanitair, klef stokbrood, muggenbulten, verbrande koffie, zeven euro betalen voor een ijsje, ongemak in alle soorten en maten. Nooit geweten dat het vooruitzicht op ongeriefelijkheid zo aangenaam kon zijn.

Plaats een reactie