Boven de bak met aardbeienplanten staat de buurman flink te hoesten.
‘Ze gaan geen vruchten meer geven’, zegt hij als ik kom aangelopen. ‘Je moet de plantjes ‘s winters eruit halen en in het voorjaar nieuwe erin zetten.’
Hij plukt een bloemetje en laat het vallen voor de neus van zijn hoogbejaarde hond.
Het voorspellen van het einde der tijden is van alle tijden. Voor de buurman is het actueel. Een zuchtje corona zou hem al omver blazen. Zijn stemming drukt zwaar op alles, zelfs zijn hond lijkt aan de grond gekleefd.
Als ik even later op bed lig, en nog iets later weer wakker schrik, hangt het verdriet nog in de slaapkamer. Het zit verscholen tussen de stapels kleren, onder de dekens. Het is besmettelijk op een manier die niet te duiden is. Niks beschermt je ertegen en dat is gek genoeg heel erg geruststellend.