Toen mijn opa overleed, ik was 14 jaar, werd tijdens de verdeling van spullen de boekenkast ongemoeid gelaten. Uit de muur van vergeeld papier nam ik een dierenatlas en een citatenboek mee. Ik vermoedde dat mijn opa zijn wijsheid haalde uit ten minste één van die twee boeken. De bijbel liet ik staan en ging samen met de rest van de boeken naar de kringloop.
Die dierenatlas lag lange tijd naast mijn bed, maar het citatenboek verdween opnieuw in een kast. Een paar weken geleden dook het plotseling op tijdens het leegruimen van wat dozen, als een oude bekende wiens naam je bent vergeten, maar het gezicht nog van herkent. Het lag daar al die tijd geduldig te wachten om zijn kennis te etaleren. Maar kennis heeft zelden haast.
Als M. er is zoeken we ’s avonds voor het slapen gaan een citaat uit het boek. De een kiest het thema, de ander een nummer en het bijbehorende citaat vormt het credo van de dag. Vandaag werd het moed nummer 16: ‘iedereen houdt van de gevaren die hij niet vreest’. We knikten allebei kort en lurkten aan onze thee.