Hoe langer ik het kan volhouden, des te verder raak ik er van weg. Dat dacht ik toen ik vandaag rende. Ik probeerde de verveling kwijt te spelen die zich sinds een week in mijn leven heeft genesteld. Toen mijn kuiten vol beton waren, en mijn hoofd vol met paars, wist ik dat ik bijna op bestemming was. In de deuropening van mijn huis zag echter alles er hetzelfde uit. Ik was dan wel even weggeweest, het monster van de gezapigheid lag nog languit in de woonkamer.
Om op exact hetzelfde punt uit te komen als waar je begon, zonder bestemming, is eigenlijk maar een gekke manier van lopen. Toch doe ik het. Nergens heen, maar ook nergens van weg. Het is mijn manier van rondrennen in een hamsterbal. Hamsters zonder zo’n bal leven doorgaans ook minder lang, zeggen ze. Het is escapisme in een synthetisch shirt, maar of het je ergens brengt durf ik niet te zeggen.