ekkie

Het enige overgebleven eksterjong uit de binnentuin is vandaag gesneuveld. Ik vond hem op het pad met zijn kopje in een onmogelijke houding en een vaalblauwe gloed over zijn ogen. Omdat zijn broertje eerder al verdween in een kattenmuil, vreesde ik al een paar dagen voor het leven van ’Ekkie’, zoals ik hem in een fantasieloze bui had genoemd.

Eksters hebben de gewoonte het nest te verlaten voordat ze kunnen vliegen. Een tijdje leven ze vleugellam op de grond totdat hun staartveren en vleugelpennen zijn volgroeid. Hun ouders beschermen ze en voeden ze waar het kan, maar ze zijn in deze fase weerloos tegen roofdieren. Met de zeven katten die in de binnentuin leven was de sprong uit het nest vergelijkbaar met een duik in een krokodillenvijver.

Al wijs ik niet graag met de beschuldigende vinger naar de kat (het is nou eenmaal mijn lievelingsdier), hier maakt mijn liefde plaats voor realiteitszin. ‘Katten zijn roofdieren met subsidie’, stelt ecoloog Pete Marra, en daarmee vangt hij de essentie wel. Na de moordpartij sjokken ze terug naar huis om daar een bakje eten te verorberen en op een warme schoot plaats te nemen. Ekkie en zijn broertje wisten er alles van.

Ik zou dit stukje graag positief willen afsluiten, rond maken, iets over de natuur en dat alles op zijn pootjes terecht komt, en niet alleen de katten. Iets over dat tragiek een wezenlijk onderdeel is van het leven en dat het desondanks goed gaat met de eksterpopulatie. Maar Ekkie is er niet meer, zijn ouders zijn verhuisd en als ze slim zijn komen ze nooit meer terug.

Plaats een reactie