twix

Gisteravond stopte ik op weg naar huis om te tanken. Ik was al bijna thuis, maar er zat net niet genoeg brandstof in de tank om het te halen. Buiten was het nachtelijk donker, voor de mensen van het pompstation het teken om de tl-lichten aan te zetten op de felste stand. Ik wreef de vermoeidheid uit mijn ogen. De auto slurpte traag de benzine uit de slang. Voor de ingang stonden twee mannen met een dampende Lavazza koffiebeker. Misschien dachten zij net als ik aan thuis. Wie weet wachtte er in een warm bed iemand op ze, of misschien wachtte slechts de herinnering aan iemand. Een vrouw waarvan de geur al een paar wasbeurten geleden uit de lakens is verdwenen.

Zelfs de zwartste nacht is niet donker genoeg om zijn schaduw over een tankstation te werpen. Daarom blijft het bij een tankstation altijd twaalf uur ’s middags. In de vitrine liggen ongeacht het tijdstip een paar muffins en kleffe broodjes. Je weet nooit hoe laat ze zijn gemaakt. Deze hele plek is een dikke middelvinger naar de nacht. Alleen in de hoofden van de mensen is het donker, je ziet het aan de schichtige blikken die ze je toewerpen, zoals dieren bij een drinkpoel kijken naar roofdieren.

Toen de meter een volle tank aangaf rekende ik af. Bij de kassa kocht ik nog gauw een Twix. Ik weet niet waarom; ik had alleen slaap, geen honger. De koffiemannen stonden er nog. Ze waren nu overgestapt op sigaretten. Na het tankstation begon de nacht weer. De Twix smaakte nergens naar en ik kauwde hem wezenloos weg. Ik kauwde zoals ik die mannen had zien roken. Ondertussen miste ik mijn afslag.

Er was me iets overvallen daar in die lichtbak waar de koffiemannen zich ophielden. Iets dat kinderen kennen als ze op hun verjaardag de zevende legodoos uitpakken, iets dat mijzelf overvalt wanneer ik te veel gegeten heb en toch nog een dessert bestel. Een onverzadigbaar gevoel dat almaar meer wil. Het is honger die niets met eetlust te maken heeft.

Ik voelde me een beetje geschonden. Iedereen die ooit tegen zijn zin is gekieteld weet wat ik bedoel. Het tankstation betrad de wereld van de instincten. De wereld van de honger, slaap en geilheid. Het deel in mij waar ik zelf amper grip op heb, maar zij invloed op proberen uit te oefenen. Hooguit kan ik mijn instincten even uitstellen, maar doven kan ik ze niet. Gelukkig maar zou ik zeggen, alleen maken die verdraaide marketeers van de Shell daar handig gebruik van.

Met een sukkeldrafje reed ik verder. In huis liet ik alle lampen uit. Op de tast poetste ik mijn tanden en vond ik mijn bed. Dat ik daarbij mijn knie stootte nam ik voor lief. Het was in ieder geval gewoon nacht.

Plaats een reactie