Gefluit, gejoel, het geklangel van lepels op pannen en zelfs een tamboerijn – er was veel te horen tijdens de persconferentie vanavond. Voor een seconde dacht ik dat Mark Rutte zou zeggen: ‘grapje jongens, kom er maar in’ en vervolgens de blaaskapel liet aanrukken die al stond warm te toeteren in de gang. Maar helaas, de fluitjes waren van demonstranten, de maatregelen zijn echt en Mark Rutte was bloedserieus.
Die ironische blaaskapel-gedachte past in het repertoire van licht ontkennende en bagatelliserende reacties die ik heb op ingrijpende gebeurtenissen. Toen ik laatst te horen kreeg dat ik een poosje zonder werk kwam te zitten, zat ik ’s avonds te schaterlachen op het terras – die reactie. Pas in tweede instantie dwarrelen bijbehorende gevoelens op me neer en volgt de gepaste misère.
Dat ik vanavond weer laconiek ben terwijl er iets overduidelijk stoms gebeurt, is dus een reden voor alertheid. Humor als een hondenfluitje voor de ernst. Zo had ik het nog niet eerder bekeken, maar ik vind het wel een vermakelijke gedachte.