zelfisolatie dagboek – maandag 4 januari

Direct na mijn werk was ik gaan hardlopen. Het zou me goed doen. Buiten blies ik wolkjes de lucht in en stoomde de warmte van me af. Maar nu ik mijn perfect getemperatuurde huis binnenliep (de thermostaat stond al de hele dag op een comfortabele 21 graden), stopte het dampen onmiddellijk en kreeg ik het gelijk fris. Mijn armen hingen als de ledematen van een sneeuwpop langs mijn lijf en ik probeerde wat leven in mijn handen te blazen.

Ik ijsbeerde tussen de keuken en woonkamer op en neer. De hele dag had ik braaf in deze ruimte zitten werken. Een rondje hardlopen was het uitje van de dag geweest. Het duurde 40 minuten.
Dat ik hier opnieuw een avond ging doorbrengen was even onvermijdelijk als frustrerend. Opnieuw een avond in deze veel te aangename ruimte, waar het altijd lekker warm was en ik niemand anders de schuld kon geven als de thermostaat verkeerd stond afgesteld.

Het vervelende aan je geduld verliezen is dat je niet weet wanneer je het weer hervindt. Het is een ruzietje met jezelf dat je maar niet wilt bijleggen. Een smeulend binnenbrandje. Er zullen mensen zijn die zeggen: joh, ga een rondje rennen, je voelt je vast beter daarna. Ik ken die mensen maar al te goed, ik hoorde het mezelf nog hardop zeggen toen ik mijn schoenen aantrok. Maar dat is ’t m nou juist: daar begon de ellende allemaal.

Plaats een reactie