In de Grote Kerk van Breda hangt een kunstmaan. Vanavond was de laatste kans om haar – de maan is vrouwelijk – te bekijken. Staren naar de maan is al eeuwenlang een hobby, maar pas als er een replica in de kerk wordt gehangen, begin ik met uitvoerig kijken. Ik voel mijn telefoon branden in mijn zak en om mij heen staan meer mensen met dezelfde impuls: dit moet je delen met andere aardbewoners.
Want kijk nou toch eens wat een duizelingwekkende hoeveelheid kraters. Sommige klein als puistjes, andere kilometers lang in omtrek. Allemaal littekens van meteorietinslagen. Wat krijgt die arme maan het zwaar te verduren. Sommige vlakken lijken nog redelijk onaangetast, maar ook dat zijn als je goed kijkt onderdelen van een immense inslagkrater. Op aarde regent het water, in de kosmos meteoriet.
Het mooiste van de expositie bevindt zich aan de donkere kant van de maan. De kant die we vanaf de aarde meestal niet kunnen waarnemen. Vanaf daar heb je toegang tot een andere tentoonstelling: een fotodocument over de Norbertijnse nonnen. Allemaal op hoge leeftijd, en zonder uitzondering met een wijze en zachte blik in hun ogen. Al 750 jaar woont deze orde van nonnen in de buurt Breda, maar net als deze kant van de maan, is hun leven volledig aan het zicht onttrokken.
Onder elke foto staat een citaat van de afgebeelde non, woorden die normaal alleen stille gedachten zijn. Deze, van zuster Henriëtte (83), vond ik zelf de mooiste: Het leven van ieder mens kent dagen van geluk, maar ook dagen van verdriet. Ook in een klooster ervaar je dit telkens opnieuw. We zijn en blijven méns in alle omstandigheden.