De derde storm van dit jaar blaast door de straat. De ramen heb ik gesloten, maar er doorheen hoor ik het gefluit van de wind. Ik denk aan alle dingen die vanaf komende week weggeblazen worden. Maatregelen, mondkapjes, Willem Engel. Toch ben ik niet blij. Eerder schijnblij, zoals je bent voor een collega die voor de derde keer zwanger is.
Tijdens de lockdown hoorde ik mezelf pleit bezorgen voor de opening van theaters, podia en horeca. Nu het zover is, heb ik er schrik voor. Want in dat afgesloten vacuüm waarin ik verkeerde, hoefde ik me geen zorgen te maken over de wereld. Ik bof daarmee, want niet ieders huiselijke kring is aangenaam, maar de afstomping was weldadig. Escapisme sur place zou je het kunnen noemen. Een beetje werken, een beetje lezen, een beetje relaxen. Al het vermaak was op rantsoen, en de aandacht was er voor mezelf. Voor mensen met een onrustige geest was de lockdown een afkickkliniek.
Met een verslaving werkt het zo dat na het afkicken de rehabilitatie begint. De echte uitdaging, waarbij de verslaafde de wereld in gaat en blootgesteld wordt aan verleidingen en daarbij aan een mogelijke terugval. Een vriend die al jaren niet meer drinkt, omschreef die periode na het stoppen als het ‘opnieuw jezelf leren zijn’. Je weet niet meer hoe het moet, en als je het op dezelfde manier doet zoals je het deed, loopt het niet goed af.
Toen ik vanochtend door het park liep, markeerden carnavalsvlaggen het pad richting de binnenstad. Ook zij geven aan dat er storm op komst is met hun bezeten gewapper. Het oranje-geel stak potsierlijk af tegen de stormkleuren. Zelfs het witte kalksteen van de kerk was grijs geregend. De laatste keer leefde ik hier weken naartoe, nu doe ik maar alsof. Ik heb geen kostuum, ik heb geen idee. Net als die vlaggen hang ik er maar een beetje bij.
Aan het eind van het park, waar de singel begint, staat een vrouw een broodzak leeg te gooien in het water. ‘Voor de eendjes’, zegt ze als ik haar aankijk. De plastic zak laat ze ook wegwaaien, onmiddellijk wordt hij gegrepen door de wind en vertrekt. Ik probeer hem nog even te volgen, maar raak hem snel kwijt. Er zijn geen eendjes te bekennen. Alleen maar felle kleuren tegen zachtgrijs.