1 november 2022

Een groot deel van de herfstvakantie heb ik besteed aan het aanleren van trucjes aan de poezen. Operante conditionering noemen we dat in vaktermen. Bij het commando ‘draai’, draaien de poezen om hun eigen as en krijgen dan als beloning een snoepje. Inmiddels hebben ze het commando niet meer nodig en beginnen ze spontaan met draaien als ik binnenkom. Als een spuitende tuinslang zonder handen er omheen schieten ze door de woonkamer.

Ik dacht daar vandaag over na, omdat ik vandaag twee jaar werk als leraar en me afvroeg hoe geconditioneerd ik al ben in die rol. Bij binnenkomst knik naar de collega’s achter de balie, zwaai door de ramen van een lokaal naar iemand, neem een graai uit de bak met koffiemuntjes en wandel naar het apparaat dat koffie voor me zet. Mijn pas steeds een beetje versnellend tot de geur van koffie mijn neus bereikt. Volledig getraind verricht ik al die handelingen voor een bakje.

De poezen zijn snellere leerlingen dan ikzelf. Ik heb er een paar maanden over gedaan om niet alleen te zeggen dat ik als docent werk, maar me ook zo voelde. Tot ik zodanig gewend was dat ik studenten spontaan vragen begon te stellen in plaats van ze dingen uit te leggen die ze al wisten. Ik had daar dan weer niet de beloning van een zalmstick of stukje gestoomde makreel voor nodig.

Samen met de poezen maak ik me op voor hun tweede commando, ‘zit’. Vooralsnog beginnen ze te draaien als het snoepzakje tevoorschijn komt en ik ‘zit’ zeg. Als docent zou ik deze casus mooi kunnen gebruiken. Want is het dan mijn commando, of het geritsel van het zakje dat de poezen laat draaien?

Plaats een reactie