30 november 2022

Vorige week werd ik – niet voor de eerste keer – geconfronteerd met het feit dat ik geen jongere meer ben. Ik was niet aan het klagen over de jeugd van tegenwoordig, dat niet, maar ik kon niet begrijpen waarom mijn studenten zo moeilijk te porren waren voor een duurzaamheidsproject. Ze reageerden lauwtjes bij de aftrap.
‘Moeten wij de shit opruimen van de vorige generaties? Dacht het niet, ik wil van het leven genieten.’ En: ‘De wereld gaat toch wel kapot, waarom zou ik daar nog iets aan gaan fixen.’

Dergelijke reacties had ik verwacht van oudere mensen, die meer leven achter de rug hadden om verbitterd over te zijn. Maar misschien was het ook naïef van mij dat ik alle hoop op het redden van de wereld op een volgende generatie projecteerde. Dat is nu juist wat we al tijden doen en dus waren de reacties van de studenten niet meer dan terecht.

Ook ik was onbewust mijn hoop aan het uitbesteden aan mensen die na mij kwamen. Het is veel logischer en eerlijker om alle huidige generaties tot actie te manen. En dus ben ik me maar weer als een jongere gaan gedragen en aan het schoppen tegen de oudere generaties. Ik zou bijvoorbeeld kunnen zeggen: ‘als je nu niet je stinkende best doet om duurzaam te worden, dan ben je gewoon medeplichtig.’ Waarschijnlijk schop ik daarmee tegen de schenen, maar krijg ik niemand in beweging. Beter is het om het mensen makkelijker te maken om goede keuzes nemen. Of: het mensen onmogelijk maken om de verkeerde te nemen. Daarbij mogen studenten ons dan helpen, en wij hen. Dat lijkt me al een stuk realistischer.

Plaats een reactie