donderdag 22 december

Een luide beller in de trein leidde me af. Een luide Limburgse beller, en dat maakte het dubbel vervelend, want ik begreep er net genoeg van om het te kunnen volgen. Een andere taal had ik prima gevonden, dat was audiobehang geweest. Nu bleef er geen aandacht meer over voor mijn boek. Bij een tussenstation verhuisde ik naar een stillere zitplek.

Daar las ik in mijn boek tot een dronken man langs wandelde. Of ‘ie even mocht bellen. Only one minute. Dat mocht hij, maar dan moest hij wel even naast me komen zitten in plaats van met mijn telefoon weg te lopen. Hij hield de telefoon op z’n kop, daarna dwars en toen op de juiste manier vast. Hij tikte een nummer in en bulderde nog voor er werd opgenomen door de telefoon. Het was overduidelijk een scheldkannonade, daar hoefde je de taal niet voor te kennen.

Ik was een verhaal ingekropen dat beter was dan het boek dat ik probeerde te lezen. Het had de aandacht van de hele coupé. Zelfs de Limburgse beller keek op, maar haar geërgerde blik was onterecht. Deze man was voor haar wat zij voor mij was: een taste of her own medicine.

Na afloop van het gesprek leek de man zichtbaar opgelucht. Thanks, zei hij en gaf me een boks. You too, zei ik en ik bokste terug.

Plaats een reactie