zelfisolatie dagboek – zondag 29 maart


Muziek kan je werkdag maken of breken. Menig bouwvakker zou ontslag nemen als zijn boombox niet meer mee mag naar de werkplek. En ik zou ontslag nemen als diezelfde boombox op mijn werkplek zou staan. Ik werk gelukkig thuis, waar ik de resident dj ben en simultaan het uitzinnige publiek.

Vandaag zocht ik nieuwe muziek uit voor de komende week. Om geconcentreerd te kunnen werken mogen er geen vocalen in de nummers zitten, of toch in ieder geval geen duidelijk gezongen woorden; te harde muziek is ook niet handig, maar als het te gezapig wordt, val ik in slaap. Ik ben geen gemakkelijk publiek. 



De oplossing vind ik al een tijdje in de muziek van Nils Frahm: kalme, kabbelende muziek die me doet ontspannen, maar genoeg verontrustende elementen bevat om me scherp te houden. Het treft dat hij gister nieuw album heeft uitgebracht. Ik ben er daarmee nog niet, want de hele plaat duurt slechts 35 minuten. Het geeft me morgen in ieder geval ruim een half uur om een plaat voor de rest van de dag te vinden.

zelfisolatie dagboek – vrijdag 27 maart

In Duitsland is een bakkertje begonnen met de verkoop van eetbare toiletrollen. Het gebakje bestaat uit chocoladecake met een wit omhulsel. ‘Het begon als grapje’, zei de bakker. Geld verdienen met de coronacrisis is natuurlijk niet kies. De toiletrollen gaan desondanks als warme broodjes over de toonbank.



Gisteren haalde ik een maaltijd af. Om de lokale horeca te steunen natuurlijk, maar meer nog uit luiheid. Het nare met afhaalmaaltijden is dat je daags na het afhalen opnieuw een vette hap wilt. Vetzucht kan zich als een olievlek verspreiden. Voor ik het weet heb ik een kok, een butler en iemand om m’n reet af te vegen in dienst. De hang naar decadentie is niet iets dat me vreemd is, noch is het smijten met geld dat. Het is maar te hopen dat ik in de post-corona maatschappij nog wat velletjes aan mijn rol heb.

zelfisolatie dagboek – donderdag 26 maart

Geen vuiltje aan de lucht. Het is lente, en voor even alleen dat. Aan niets kun je merken welke dag het is. Donderdag bestaat niet. Vrijdag trouwens ook niet. Elke dag is, nouja gewoon, dag. In de podcast Onbehaarde Apen leerde ik dat de mens al sinds de Oudheid een weekritme hanteert. De maandkalender is vaak aangepast, maar aan het weekritme viel niet te tornen. Tot nu dan.


Vandaag was vandaag en morgen zal weer verdacht veel op vandaag lijken. Maar zoals gezegd, er was geen vuiltje aan de lucht. Zelfs achter mijn vieze ruiten leek de lucht smetteloos schoon. Pas toen iemand bij de bakker tegen me aanstootte en iedereen en ikzelf verschrikt opkeken, werd de dimensie tijd voelbaar. Oja, anderhalve meter, niet hoesten, vandaag 78 doden. Morgen weer een dag.

zelfisolatie dagboek – woensdag 25 maart

Vorige week schreef ik over Venus en dat ze mooi aan de hemel stond. Dat was vanavond weer het geval. Vanavond gebeurde er echter niets. De hele dag gebeurde er niets. De dag was een langgerekte zonnestraal die nergens begon of eindigde, en Venus was een discobal in een lege hangar.

Aan het eind van de dag ging ik hardlopen. Ik durfde niet te spugen op straat. Bang om virussen de wijde wereld in te sturen, slikte ik dikke klodders. Het leken er meer dan normaal, terwijl ik mezelf toch niet ken als iemand die veel spuugt. 



Thuisgekomen speelde ik een potje Wordfeud. Iemand legde het woord exquise tegen me en ik werd witheet. Ik wilde uit het potje stappen. ‘Steven heeft het spel verlaten’, zou er staan. Ha, daar hebben ze niet van terug, zou ik dan denken, maar ik verliet het spel niet. Als ik mezelf zo laat kennen dan heeft deze dag gewonnen. En bovendien, morgen wil ik waarschijnlijk weer spelen.

zelfisolatie dagboek – dinsdag 24 maart

Zeelieden die te lang aan wal zijn, krijgen te maken met een gevoel dat het midden houdt tussen verveling en zwaarmoedigheid. Er is zelfs een speciaal woord voor deze gemoedstoestand: landerigheid. Om de tijd te doden zetten die zeelieden het geregeld op een zuipen, waarna ze in een sentimentele bui soms de kade af de zee in liepen. 



Bij mij op het pleintje rinkelt de glasbak deze week ook vaker dan normaal. Gister zag ik er zelfs een man in een kamerjas. Dat hij niet eens de moeite had genomen om zichzelf aan te kleden, getuigde van een serieuze vorm van huiselijkheid. Zelf ben ik al twee keer geweest om leeggoed naar de klingelklangel te gooien. Flessenpost naar nergens, dacht ik toen ik het laatste stuk glas de diepte in wierp. Allemaal gestrande verhalen.

zelfisolatie dagboek – maandag 23 maart

Nu de corona maatregelen verlengd zijn tot 1 juni, sta ik voor een flinke taak. Het betekent dat ik nog twee maanden langer te schrijven heb. Zo zie je maar weer dat een reactie op een probleem, ook een probleem op zich kan worden.



Na de bekendmaking van de maatregelen belde ik met mijn moeder. Ze zei dat ze elke ochtend Nederland in Beweging kijkt om (moet het gezegd?), in beweging te blijven. Een mooier beeld kon ik me niet voorstellen: mijn moedertje met een anderhalve literfles water als gewicht, die bicepcurls doet op een yogamatje. Het blijven schrijven van stukjes werd direct gemakkelijker, die hele twee maanden werden meteen een stuk gemakkelijker. Ik hoef alleen maar in beweging te blijven.

zelfisolatie dagboek – zondag 22 maart

Er bestaat een dunne lijn tussen gezond zelfvertrouwen en ongezonde overmoed. Je ziet dat vaak bij marathonlopers die na een voortvarend begin van hun race steeds harder gaan lopen. Door dat hoge tempo blazen ze zichzelf vaak op. Rillend en met een slakkengang komen ze over de finish, of erger nog: ze worden door de bezemwagen opgeveegd en verlaten roemloos de race. Alleen maar omdat ze harder wilden dan hun lichaam aankon.
 


Nederlanders zijn op die dunne lijn tussen zelfvertrouwen en overmoed koorddansers pur sang. Terwijl de ene helft vanachter het glas naar de zon staart, staat de andere helft in kluitjes te bootcampen in het park. Enfin, alles is er al over gezegd, ik kan dit stuk nog wel met anderhalve punt regelafstand schrijven voor de vorm, het zal weinig aan de situatie veranderen.



Ik sta op datzelfde koord te balanceren. Wat ik denk dat het goede is, blijkt na een paar dagen weer achterhaald. En dacht ik twee weken geleden nog dat het zou overwaaien, nu annuleer ik mijn zomervakantie. Het enige wat ik kan doen is mijn pas telkens aanpassen naar het tempo waarmee we de race kunnen volbrengen. Als ik dat niet doe, dan komt de bezemwagen me vanzelf wel opvegen.

zelfisolatie dagboek – vrijdag 20 maart

Vandaag sprak ik voor het eerst sinds vijf jaar met een onderbuurvrouw. Ze verveelde zich stierlijk, maar dat dat kwam volgens haar niet door Corona. ‘Op Facebook is het al langere tijd saai’, zei ze. ‘Ik heb 1400 vrienden, maar die liggen alleen maar te slapen’. Volgens haar was de maatschappij aan het vertrutten. ‘Behalve dan bij mijn Facebookvrienden in The States, daar weten ze nog wat feesten is.’ Ze vertelde dat ze pas echt wakker wordt als het nacht is en dan met haar Amerikaanse vrienden gaat Skypen en muziek luisteren.

Mijn buurvrouw was zogezegd al langer bekend met het fenomeen online feestjes. Vanavond heb ik zelf mijn eerste digitale borrel. Voor deze gelegenheid heb ik een paar goede bieren gekocht, een zakje chips en borrelnootjes, een Frans kaasje en volgens mij lag er ook nog een verdwaald sigaretje in huis. Ik zal me nestelen onder een kleedje op de bank, warm en behaaglijk. Er zal gedronken worden, glazen tegen schermen geklonken, en ik zal almaar verder wegzakken in de bank. Mensen zullen praten, maar ik zal het op een gegeven moment niet meer verstaan. Mijn batterij zal langzaam leegraken en haast ongemerkt, gaan we dommelend ten onder.

zelfisolatie dagboek – donderdag 19 maart

Mezelf heb ik nooit als een besmettelijk persoon beschouwd. Besmettelijk, dat is altijd de ander. Ik kon hoestend in een beslagen auto zitten met vier vrienden en niemand kreeg iets van me. Een ander hoefde maar te doen alsof of ‘ie ging niesen en ik had het al. Zo werkt dat nou eenmaal.



Tijdens het boodschappen doen vandaag, in de gang tussen de potgroenten en de pastasauzen, kuchte er iemand. Het was geen volle hoest, slechts een klein kuchje en ik stond ook nog eens op de veilige anderhalve meter afstand. Toch vroeg ik me onmiddellijk af of anderhalve meter ook een veilige afstand was om je te verhouden tot hoestende mensen. Het deed me denken aan mensen die zwemmen met haaien. Er zit dan wel een kooi tussen hen en de haai, maar die haaienmuil wordt er niet minder eng op. 



Ik weet dat die haai me vroeg of laat gaat pakken. In hoeveel kooien ik mezelf ook stop, cirkelend komt hij steeds dichterbij totdat hij een gaatje ziet en me bijt. Dan ben ik een paar dagen verkouden en ben ik de haai. Anderen zullen zich zorgen maken als ik hoest. Maar ja, de besmettelijke, dat is altijd de ander.

zelfisolatie dagboek – woensdag 18 maart

Iemand die ik lief vind vroeg vandaag of ze bij mij mocht stofzuigen. Dat bedoel ik op geen enkele manier pervers of seksueel, ze vroeg gewoon of ze mocht stofzuigen. Er lagen namelijk kruimels op de vloer en die plakten aan haar blote voeten als ze door mijn huis liep.



Omdat ik deze weken thuiswerk had ik de schoonmaakster afgezegd. Ik was in de veronderstelling dat thuiswerken zou leiden tot meer huisvlijt, maar dat bleek niet zo te zijn. De schoonmaakster kwam niet, en de schoonmaakster in mij kwam niet naar boven.


Maar ik zei: nee, je mag niet stofzuigen. Uit de kast pakte ik een paar dikke sokken voor haar blote voeten. Nu schaatst ze op sokken door het huis, wachtend tot ik de stofzuiger pak.