zelfisolatie dagboek – woensdag 22 april

Op weg naar mijn vriend C. fietste ik over een stuk prei. Tot dan toe had ik ze proberen te ontwijken, maar op een gegeven moment lag de hele weg bezaaid met dode preien. Ik stopte om de sliert van mijn wiel te plukken en keek naar de overkant waar een man in de voortuin een peuk stond te roken. De man keek alsof dit dagelijkse gang van zaken was.

‘Oogst die niet meer verkocht kan worden’, zei C. Naast het huis waar hij verpoost ligt een akker vol preien die nog in de grond staan. De boer laat ze verdorren en er woont nu een fazant tussen de uitgelopen stengels.

In de middag schoten we met een luchtbuks deukjes in een pannetje dat we tegen het hek plaatsten. Het eerste schot was raak, het tweede en derde schot verdwenen in het preienveld. We aten frambozen en zeiden zonder het te zeggen dat we het zo nog wel een tijdje konden volhouden. De fazant hebben we niet meer gezien.

zelfisolatie dagboek – dinsdag 21 april

Vandaag keek ik een hele cyclus nieuws. De persconferentie van Rutte, de daaropvolgende beschouwingen bij “M” en het aansluitende NOS-Journaal. Het was een zevengangenmaaltijd aan feitjes en meningen die werd opgediend met als afsluitende lekkernij het opbeurende nieuws dat plexiglasfabrikanten gouden tijden beleven. Dat zogenaamde hoestglas doet het best goed als afscheiding bij balies en winkels.

Volgevreten maar niet voldaan trok ik mijn jas aan. Even de benen strekken. Op een raadselachtige manier stond ik na vijf minuten wandelen stil om op nu.nl wéér het nieuws te checken. Zelfs een junkie heeft nog meer zelfbeheersing. Ik keek naar boven voor een lichtpuntje. Het was inmiddels donker. Er waren meer sterren dan normaal (al is dat tegenwoordig ook weer normaal), maar ik wilde niet op mijn telefoon opzoeken welke het waren. Dus zag ik flikkerende speldenknoppen, lukraak uitgestrooid over een onmetelijk zwartblauw doek.

zelfisolatie dagboek – maandag 20 april

Als er een doorspoelknop zat op het leven had ik die ongetwijfeld regelmatig ingezet. Dan was ik nu 48 geweest en zat ik met een paradoxale weemoed opgescheept naar dagen die nooit hadden plaatsgevonden. Want zo ben ik dan ook wel weer – ik zou missen waar ik eerder vanaf wilde.



Vandaag was totaal anders. Vandaag zou ik zo over willen doen. Onder het kopieerapparaat en morgen opnieuw. Er is niks speciaals gebeurd, maar er ging ook niets mis. Spektakel in elke vorm ontbrak, maar toch voelde ik me radioactief energiek en tegelijkertijd kalm.

Tussen ingeloste wensen en een nieuw verlangen zit een korte periode van stil geluk. En blijkbaar heb ik zulke dagen eerder gehad, want ik herken ze. Ik weet ook dat ze niet iedere ochtend als rijpe appelen van de boom vallen. Sterker nog, ik heb er zo min mogelijk bij proberen stil te staan, bang om in gedachten stiekem toch vooruit te spoelen.

zelfisolatie dagboek – zondag 19 april

Wat schrijf je in een dagboek? Ik publiceer nu vijf weken bijna dagelijks iets dagboekerigs, maar het antwoord op de vraag heb ik nog niet gevonden. Eerlijkheidshalve had ik de vraag ook niet eerder gesteld – ik noteerde wat er op het moment van schrijven in me opkwam. Maar vandaag, toen ik door het bos wandelde, betrapte ik mezelf op enige vorm van voorbereidend denken: wat komt er vanavond in het dagboek?

Op Facebook kreeg ik een herinneringsmelding aan de dag van vandaag. Het betrof een foto die ik zelf had geplaatst op 19 april 2012. Op de foto een snackautomaat met een zakje chips dat klem is komen te zitten op weg naar beneden. Even daarvoor had ik wanhopig tegen het glas lopen bonzen en geprobeerd de automaat op en neer te waggelen.


Achteraf bezien identificeerde ik me met dat zakje chips. Ook ik zat vast, kon de uitweg niet vinden en er was geen manier van geweld die me eruit kon bevrijden. Ik was overgeleverd aan wachten. Daar kun je een parallel in zien met het heden, maar of die er is weet ik niet. Dus wat schrijf je zoal in een dagboek? Precies hoe je de dingen ziet, de interpretatie komt later wel.

zelfisolatie dagboek – vrijdag 17 april

Door een blessure had ik al twee weken niet hardgelopen, maar gelukkig kon ik vandaag weer. Ik deed mijn best het tempo zo te houden dat ik mezelf niet zou vergalopperen. Mijn benen leken het lopen niet te zijn vergeten en ook mijn longen vulden zich in het juiste ritme met lucht. Op straat hadden de mensen blosjes op hun gezichten, ze lachten en het waren er ook meer dan normaal.



Lente valt niet te ontkennen. Alles kriebelt uit de grond in fris groen en in je buik, ja in je buik kriebelt het ook. Mensen komen langzaam en schoorvoetend uit hun isolement, zoals vlinders uit hun cocon breken. Niet dat ze onvoorzichtig worden, maar de handrem lijkt er wel vanaf.



Ik rende verder door het bos, langs de rivier en verder en om me heen kwetterden territoriale vogels hun liedjes. Corona bestaat niet, dacht ik even. ’s Avonds toen ik een ijsje haalde, stond er een keurig geordend rijtje mensen te wachten op hun bolletjes. Alleen de steriele operatie waarmee een ijsje in drie lagen verpakking aangereikt werd, herinnerde aan de rem. De langzaam piepende rem.

zelfisolatie dagboek – donderdag 16 april

Een telefoontje van Elfie Tromp. Ze belde om een gedichtje voor te dragen. Ik hoopte dat ze mij speciaal had uitgekozen, maar waarschijnlijk was dat niet. Het enige dat ik wist was dát een dichter mij deze week zou bellen als ik mijn telefoonnummer zou doorgeven.
Over weemoed of geluk, vroeg Elfie. Weemoed, zei ik. M luisterde op de achtergrond mee en lachte: weemoed, maar natuurlijk.


Het gedicht ging over een roeimachine. Als die in huis komt, weet je dat er stront aan de knikker is. De ander zal verbeten op dat ding tekeer gaan en met elke slag verder van je afdrijven. Hoe het verder ging weet ik niet meer (het was de enige keer dat ik het hoorde), maar het was mooi. Ik vroeg me af of dat van die roeimachine ook geldt voor mensen die binnen fietsen, jongens die zich op hamsterlijke wijze op hun zolderkamer bewegen. Trappen die ook onzichtbaar van alles weg?

Of we wilden afsluiten met een vrolijk gedicht, vroeg Elfie. Graag, zei M.

zelfisolatie dagboek – woensdag 15 april

Een vriendin van me deed haar boeken weg. Vier tassen vol stonden in de gang te wachten op de Kringloop. Ik besloot er een paar te vrijwaren en rommelde door de tassen. Af en toe kwam ik het hoofd van Arnon Grunberg tegen, dan draaide ik het boek gauw om, al zaten er ook boeken tussen die aan twee kanten Grunbergs hoofd droegen. Die boeken stopte ik dieper weg in de tas.


Ondertussen bewoog de poes zenuwachtig tussen de boeken door, zij leek er het meest aan gehecht. Katten voelen aan wanneer er iets naars staat te gebeuren. Op weg naar huis – het was al nacht – werd ik overvallen door een melancholisch gevoel. De straat was stil en koud en meer dan de afgelopen weken, leeg. In mijn rugzak wiebelden de tien geredde boeken. De andere zouden waarschijnlijk nooit meer worden gelezen. Voltooide woorden, op weg naar het boekenkerkhof.

zelfisolatie dagboek – maandag 13 april

Vandaag telde ik de Tesla’s in de straat om de hoek. Het waren er vier-en-twintig. Werkeloos stonden ze toe te kijken in de namiddagzon. Perfecte machines die niet begrijpen waarom ze nu zo weinig gebruikt worden. Je zou er haast medelijden mee krijgen.


Ik heb geen Dacia, Subaru of decennia oud Renaultje genoteerd, maar de buurt zou er een stuk van opknappen. Het is een beetje als met voetbalplaatjes: enerzijds wil je de beste voetballers, maar als je Messi al tien keer in bezit hebt, ben je blij als je de matige linksback van Zuid-Korea in je pakje treft.



Gister reed ik langs een voetbalkooi in het oosten van de stad. Een vijftal jongens werd bekeurd vanuit een politieauto. Eentje smeerde ‘m op een omafiets. Dat is dan een voordeel van armoede, niemand kan je traceren op een oud barrel zonder nummerbord.

zelfisolatie dagboek – zondag 12 april

De vergelijking lag voor het oprapen. Verschillende media maakten hem dan ook dit weekend: de onmiskenbare overeenkomst tussen de quarantaineperiode en de film Groundhog Day. Omdat die vergelijking zich al eerder aan me opdrong, leek het alsof ik daadwerkelijk in een repeterende tijdslus was beland waarop alle dagen hetzelfde zijn. Op zich wel logisch ook. Als dagen elkaars spiegelbeeld zijn, is het zelfs onvermijdelijk.


Als kind had ik geen moeite met herhalingen. Eindeloos keek ik dezelfde tekenfilms. Ik wist precies wanneer Jerry met een hamer op Tom’s tenen zou slaan en wanneer Tom Jerry in een zelfgefabriceerde muizenval zou lokken. Herhaling was een welkome afwisseling, herhaling gaf houvast.

Wanneer het moeilijker is geworden weet ik niet. Er is geen specifiek moment aan te wijzen waarop dat gebeurde. Ik merkte het pas toen mijn leven was zoals in Groundhog Day. Ik kan er niemand de schuld van geven of er zelf veel aan doen. Ik zit nu alleen wel met meer zendtijd dan ik kan vullen.

zelfisolatie dagboek – vrijdag 10 april

Naar aanleiding van mijn stukje van gister kreeg ik een berichtje op Instagram. Er waren wel degelijk antwoorden op de crisis, maar we lieten ons massaal in de luren leggen. Als ik mijn e-mailadres zou geven zou ik enkele artikelen ontvangen die je in de reguliere media niet tegenkwam. 


Het deed me denken aan een wandeling van een tijdje terug. Ik kwam per toeval op een begraafplaats terecht, die aan het eind van een parkje lag waar ik doorheen liep. De stenen lagen in keurig geordende rijtjes van tien en leken op elkaar – een glimmend granieten plaat met een afgeronde bovenkant. Waarschijnlijk was er in het dorp maar één steenhouwer die zerken maakte.



De mens wikt, en God beschikt, die spreuk had ik nou al een paar keer gezien. Niemand weet wat het echt betekent, maar dat houdt de mens gaande. Als ik een poging doe het te vertalen zegt het zoiets als: wat je ook doet, het maakt geen fuck uit, god heeft een plannetje met je. Of niet. 



Onder de warme deken van een religie is het lekker slapen. Net zo comfortabel is het leven met een ander soort verklaring, een complottheorie of het idee van een vooropgezet plan. Want het idee dat er werkelijk niemand achter de knoppen zit, dat nare dingen willekeurig kunnen gebeuren, dat is wikken zonder beschikken.