zelfisolatie dagboek – donderdag 9 april

Vandaag at ik met twee vrienden friet in de tuin. We hadden het over Memphis Depay die een leeuw had gekocht, en of dat erg was, en of het er toe deed. Tot een conclusie kwamen we niet, maar wel dat een kroket eten ook niet echt diervriendelijk was.



Eerder op de dag was de buurman zijn poes kwijt. ‘Vesper psst psst’, lispelde hij. Binnen de kortste keren scharrelde de halve buurt over het plein, maar Vesper liet zich niet zien. Het zal niet de eerste kat zijn die zichzelf de vergetelheid in verstopt. Maar van katten weet ik: dat wat je niet ziet, is niet per definitie afwezig.

Hetzelfde geldt voor het voorzichtige optimisme over de crisis. Het ontneemt het zicht op de onzekerheid over de toekomst, maar die onzekerheid zijn we nog niet kwijt. Het is klote, het antwoord laat nog op zich wachten, Vesper is nog even spoorloos. De vraag is vooral: hoe lang houden we het vol zonder een antwoord?

zelfisolatie dagboek – dinsdag 7 april

De maan schijnt naar buskruit te ruiken. Astronauten die ooit op de maan wandelden, vertelden dat bij terugkomst hun pakken zo roken. Zoals je kleren daags na een avond stappen meuren naar bier en sigaretten.



De afwezigheid van alle uitlaatgassen en smog maakt dat we helderste hemels hebben in tijden. Ook de maan is vannacht beter zichtbaar dan normaal, en dan staat hij ook nog eens extra dichtbij. Zonder vertroebeling zie je de dingen beter. Het is misschien wel het fijnste gevoel dat er is: een totale absentie van behoeftes, bullshit, driften en gepieker. Het is er allemaal niet. Ik weet, het is crisis, maar zo voelt het niet. Er is alleen maar meer lucht.

zelfisolatie dagboek – maandag 6 april

Gisteren noteerde ik de 21e dag op rij waarop ik had gedronken. Ik typ dit met een kopje kamillethee naast mijn laptop en goede intenties om mijn leven vanaf heden te beteren. Sommige vrienden zijn trots op me, anderen maken zich zorgen. Zelf denk ik dat ik nu eenmaal aanleg heb om gewoontes (goed en slecht) in een recordtempo in te slijten. 



In het parkje waar ik graag doorheen wandel trof ik vandaag drie jongens van een jaar of 20. Ze waren flink aan het sporten. Om de zo veel tijd stopten ze om de anderen een foto te laten nemen van hun ontblote torso’s. Uitslovers, dacht ik, maar toch bleef ik kijken. Je kon aan hun lijven zien dat ze al een tijdje de gewoonte hadden om dit te doen.



Ik vroeg me af of obsessief met jezelf bezig zijn erger was dan te veel drinken, maar eerlijkheidshalve is er waarschijnlijk voor beide niet zoveel te zeggen. Het enige dat ik ervan kon maken is dat ik blij ben dat ik zo’n goede smaak heb in de keuze van mijn gewoonten.

zelfisolatie dagboek – zondag 5 april

De afgelopen weken probeer ik de grenzen van de stad te vinden. Vanaf mijn huis ren ik zo ver ik kan tot een barrière het pad belemmert. Een beetje zoals een gevangene zijn cel inspecteert en alle hoekjes en gaatjes leert kennen. Vandaag eindigde mijn loopje bij een snelweg, daar kun je niet overheen. Het was niet de eerste keer, zowel in het zuiden, westen en oosten van de stad kwam ik snelwegen tegen.

Dit is mijn speelveld voor de komende weken. Opgesloten in de stad, maar ook een beetje in mezelf, jogde ik weer terug. Voor het bejaardentehuis klonk muziek, er stond een bandje te spelen. Achter de ramen zwaaiende senioren en verpleegkundigen. Versnipperd over de weg mensen met spandoeken. En voor ik er erg in had, stond ik met beide armen mee te zwaaien.

zelfisolatie dagboek – vrijdag 3 april

Tijdens een video-borrel met vrienden ging het over de film Groundhog Day. Bill Murray zit in die film vast in in de tijd. Elke dag ontwaakt hij op hetzelfde tijdstip op exact dezelfde dag. In de warrige overlap van op elkaar lijkende dagen is de overeenkomst onweerlegbaar. En we geloofden het wel, dat thuiszitten. Je baard laten staan is leuk, maar na drie weken ken je dat geintje wel. 



Dat geintje mogen we nog zeker een maand volhouden. Tijdens elke periode duurt het middenstuk het langst. De aanvankelijke schok en opwinding zijn verdwenen, maar het einde is nog lang niet in zicht. Dit zijn de Middeleeuwen van de coronacrisis. Daarna komt de Renaissance, althans zo ging het 500 jaar geleden.

Volgt hierna dan als vanzelf een miraculeuze periode vol openbaringen? De schrijver Murakami omschreef het mooi: het is niet omdat iets een einde heeft dat het betekenis heeft. Die draai moeten we er zelf nog aan geven.

zelfisolatie dagboek – donderdag 2 april


Niet dat het leven mager is, weinig onderscheidend is het wel. Werken, rondje rennen, biertje drinken, stukje schrijven. Het is alsof ik deze weken een andere planeet ben in mijn eigen universum. Niet langer de aarde, maar de maan. Ik heb niet eens een eigen baan om de zon. Telkens draai ik hetzelfde suffe rondje. En waar schrijf je over als je niks ziet en niemand tegenkomt?



In de schrale middagzon dronk ik koffie in de binnentuin. Op het bankje naast me zat een buurvrouw. Ik ging niet ontkomen aan een praatje, maar waar heb je over als je niks meemaakt? Corona dan maar. De buurvrouw geloofde er niet in. ‘Het is een trucje van de Chinezen en de Amerikanen. Daar kom je vanzelf achter als je je erin verdiept.’

Ik had geen zin in een vruchteloos gesprek, dus begon ik over de lente. Ja, die is er ook, zei ze. Daar waren we het in ieder geval over eens.

zelfisolatie dagboek – woensdag 1 april

Als twee mensen aan de andere kant van de rivier een brug proberen te bouwen, is het maar de vraag of ze precies bij elkaar uitkomen. De kans is groot dat aan weerszijden van de rivier twee steigers het water inlopen zonder dat ze samen hetzelfde middenpunt bereiken.

Zo voelde ik me vandaag: op een half afgebouwde steiger zat ik te wachten op de overkant. Maar die kwam niet. Zij zat even verderop op haar steiger. Te wachten tot ik eindelijk in beeld kwam met mijn stukje brug. En dan kun je lang wachten.

Als je de beelden van de Qingdao Haiwan-brug in China kent weet je dat bruggen best bochten kunnen maken. Ze kunnen zelfs afslagen hebben en 64 kilometer lang zijn. Google maar eens een plaatje voor de gein. Vier-en-zestig kilometer brug, dan is dit slechts een fierljep-slootje.

zelfisolatie dagboek – dinsdag 31 maart

Vandaag ging ik voor het eerst in drie weken naar kantoor om wat spullen op te halen. De schoonmaakster was de enige aanwezige. Trots liet ze me de gepoetste tegeltjes van de wc zien. Ze had werkelijk alles drie keer schoongemaakt. Volgende week heb ik niks meer te doen, sipte ze. Mag ik dan nog wel komen?



Ik zei dat ik het niet wist en keek naar de tegeltjes, ze leken welhaast een andere kleur te hebben. Meestal kijk ik naar het straaltje van mijn plas, niet naar de tegels op de muur. De schoonmaakster wandelde naar buiten, veegde het smetteloze stoepje nog schoner en vertrok daarna uit het zicht. 

Het klinkt misschien raar, maar met een fris gemoed is het slecht toeven in een steriele ruimte. Je voelt de afwezigheid van leven: de micro-organismen die nu in de stofzuigerzak wonen, de zilvervisjes die zijn verdronken in de bleek. Hetzelfde gevoel bekruipt me als ik een vakantiehuis voor het eerst die zomer openmaak. Het is het gebrek aan leven dat opvalt. Alleen, hebben ze daar vaak nog wel een verdwaald muisje rondlopen. 


zelfisolatie dagboek – maandag 30 maart

‘Baarden worden vaak gedragen door mensen met een zwakke kin’, zei mijn
broer. Ik plukte wat aan de mijne, zoals ik dat de laatste tijd wel
vaker doe. ‘Dat is niet de reden dat ik hem laat staan’, zei ik
verontschuldigend. Hij zei dat hij dat wist.


Het traag
verschuiven van de tijd maakt dat je oplettender wordt. Elke dag bekijk
ik hoe de plantjes in mijn vensterbank zijn gegroeid, inspecteer ik de
vorderingen van mijn baard, maar zie ik geen wezenlijk verschil. Toch is
er iets anders, ik kan het alleen nog niet zien. Daarvoor moet ik nog
vaker kijken.

Het is avond en ik drink een biertje uit een
limonadeglas. Zo werd ‘ie voor me ingeschonken. Zelf drinkt ze haar bier
uit een theemok en ploft ze op de bank. Het gaat bijna elke avond zo.
Het is nooit anders geweest, denk ik, maar het is nog helemaal niet lang
zo. Elke dag een beetje langer, elke dag een beetje anders.