Vandaag at ik met twee vrienden friet in de tuin. We hadden het over Memphis Depay die een leeuw had gekocht, en of dat erg was, en of het er toe deed. Tot een conclusie kwamen we niet, maar wel dat een kroket eten ook niet echt diervriendelijk was.
Eerder op de dag was de buurman zijn poes kwijt. ‘Vesper psst psst’, lispelde hij. Binnen de kortste keren scharrelde de halve buurt over het plein, maar Vesper liet zich niet zien. Het zal niet de eerste kat zijn die zichzelf de vergetelheid in verstopt. Maar van katten weet ik: dat wat je niet ziet, is niet per definitie afwezig.
Hetzelfde geldt voor het voorzichtige optimisme over de crisis. Het ontneemt het zicht op de onzekerheid over de toekomst, maar die onzekerheid zijn we nog niet kwijt. Het is klote, het antwoord laat nog op zich wachten, Vesper is nog even spoorloos. De vraag is vooral: hoe lang houden we het vol zonder een antwoord?