Gisteren noteerde ik de 21e dag op rij waarop ik had gedronken. Ik typ dit met een kopje kamillethee naast mijn laptop en goede intenties om mijn leven vanaf heden te beteren. Sommige vrienden zijn trots op me, anderen maken zich zorgen. Zelf denk ik dat ik nu eenmaal aanleg heb om gewoontes (goed en slecht) in een recordtempo in te slijten.
In het parkje waar ik graag doorheen wandel trof ik vandaag drie jongens van een jaar of 20. Ze waren flink aan het sporten. Om de zo veel tijd stopten ze om de anderen een foto te laten nemen van hun ontblote torso’s. Uitslovers, dacht ik, maar toch bleef ik kijken. Je kon aan hun lijven zien dat ze al een tijdje de gewoonte hadden om dit te doen.
Ik vroeg me af of obsessief met jezelf bezig zijn erger was dan te veel drinken, maar eerlijkheidshalve is er waarschijnlijk voor beide niet zoveel te zeggen. Het enige dat ik ervan kon maken is dat ik blij ben dat ik zo’n goede smaak heb in de keuze van mijn gewoonten.