zelfisolatie dagboek – donderdag 26 maart

Geen vuiltje aan de lucht. Het is lente, en voor even alleen dat. Aan niets kun je merken welke dag het is. Donderdag bestaat niet. Vrijdag trouwens ook niet. Elke dag is, nouja gewoon, dag. In de podcast Onbehaarde Apen leerde ik dat de mens al sinds de Oudheid een weekritme hanteert. De maandkalender is vaak aangepast, maar aan het weekritme viel niet te tornen. Tot nu dan.


Vandaag was vandaag en morgen zal weer verdacht veel op vandaag lijken. Maar zoals gezegd, er was geen vuiltje aan de lucht. Zelfs achter mijn vieze ruiten leek de lucht smetteloos schoon. Pas toen iemand bij de bakker tegen me aanstootte en iedereen en ikzelf verschrikt opkeken, werd de dimensie tijd voelbaar. Oja, anderhalve meter, niet hoesten, vandaag 78 doden. Morgen weer een dag.

zelfisolatie dagboek – woensdag 25 maart

Vorige week schreef ik over Venus en dat ze mooi aan de hemel stond. Dat was vanavond weer het geval. Vanavond gebeurde er echter niets. De hele dag gebeurde er niets. De dag was een langgerekte zonnestraal die nergens begon of eindigde, en Venus was een discobal in een lege hangar.

Aan het eind van de dag ging ik hardlopen. Ik durfde niet te spugen op straat. Bang om virussen de wijde wereld in te sturen, slikte ik dikke klodders. Het leken er meer dan normaal, terwijl ik mezelf toch niet ken als iemand die veel spuugt. 



Thuisgekomen speelde ik een potje Wordfeud. Iemand legde het woord exquise tegen me en ik werd witheet. Ik wilde uit het potje stappen. ‘Steven heeft het spel verlaten’, zou er staan. Ha, daar hebben ze niet van terug, zou ik dan denken, maar ik verliet het spel niet. Als ik mezelf zo laat kennen dan heeft deze dag gewonnen. En bovendien, morgen wil ik waarschijnlijk weer spelen.

zelfisolatie dagboek – dinsdag 24 maart

Zeelieden die te lang aan wal zijn, krijgen te maken met een gevoel dat het midden houdt tussen verveling en zwaarmoedigheid. Er is zelfs een speciaal woord voor deze gemoedstoestand: landerigheid. Om de tijd te doden zetten die zeelieden het geregeld op een zuipen, waarna ze in een sentimentele bui soms de kade af de zee in liepen. 



Bij mij op het pleintje rinkelt de glasbak deze week ook vaker dan normaal. Gister zag ik er zelfs een man in een kamerjas. Dat hij niet eens de moeite had genomen om zichzelf aan te kleden, getuigde van een serieuze vorm van huiselijkheid. Zelf ben ik al twee keer geweest om leeggoed naar de klingelklangel te gooien. Flessenpost naar nergens, dacht ik toen ik het laatste stuk glas de diepte in wierp. Allemaal gestrande verhalen.

zelfisolatie dagboek – maandag 23 maart

Nu de corona maatregelen verlengd zijn tot 1 juni, sta ik voor een flinke taak. Het betekent dat ik nog twee maanden langer te schrijven heb. Zo zie je maar weer dat een reactie op een probleem, ook een probleem op zich kan worden.



Na de bekendmaking van de maatregelen belde ik met mijn moeder. Ze zei dat ze elke ochtend Nederland in Beweging kijkt om (moet het gezegd?), in beweging te blijven. Een mooier beeld kon ik me niet voorstellen: mijn moedertje met een anderhalve literfles water als gewicht, die bicepcurls doet op een yogamatje. Het blijven schrijven van stukjes werd direct gemakkelijker, die hele twee maanden werden meteen een stuk gemakkelijker. Ik hoef alleen maar in beweging te blijven.

zelfisolatie dagboek – zondag 22 maart

Er bestaat een dunne lijn tussen gezond zelfvertrouwen en ongezonde overmoed. Je ziet dat vaak bij marathonlopers die na een voortvarend begin van hun race steeds harder gaan lopen. Door dat hoge tempo blazen ze zichzelf vaak op. Rillend en met een slakkengang komen ze over de finish, of erger nog: ze worden door de bezemwagen opgeveegd en verlaten roemloos de race. Alleen maar omdat ze harder wilden dan hun lichaam aankon.
 


Nederlanders zijn op die dunne lijn tussen zelfvertrouwen en overmoed koorddansers pur sang. Terwijl de ene helft vanachter het glas naar de zon staart, staat de andere helft in kluitjes te bootcampen in het park. Enfin, alles is er al over gezegd, ik kan dit stuk nog wel met anderhalve punt regelafstand schrijven voor de vorm, het zal weinig aan de situatie veranderen.



Ik sta op datzelfde koord te balanceren. Wat ik denk dat het goede is, blijkt na een paar dagen weer achterhaald. En dacht ik twee weken geleden nog dat het zou overwaaien, nu annuleer ik mijn zomervakantie. Het enige wat ik kan doen is mijn pas telkens aanpassen naar het tempo waarmee we de race kunnen volbrengen. Als ik dat niet doe, dan komt de bezemwagen me vanzelf wel opvegen.

zelfisolatie dagboek – vrijdag 20 maart

Vandaag sprak ik voor het eerst sinds vijf jaar met een onderbuurvrouw. Ze verveelde zich stierlijk, maar dat dat kwam volgens haar niet door Corona. ‘Op Facebook is het al langere tijd saai’, zei ze. ‘Ik heb 1400 vrienden, maar die liggen alleen maar te slapen’. Volgens haar was de maatschappij aan het vertrutten. ‘Behalve dan bij mijn Facebookvrienden in The States, daar weten ze nog wat feesten is.’ Ze vertelde dat ze pas echt wakker wordt als het nacht is en dan met haar Amerikaanse vrienden gaat Skypen en muziek luisteren.

Mijn buurvrouw was zogezegd al langer bekend met het fenomeen online feestjes. Vanavond heb ik zelf mijn eerste digitale borrel. Voor deze gelegenheid heb ik een paar goede bieren gekocht, een zakje chips en borrelnootjes, een Frans kaasje en volgens mij lag er ook nog een verdwaald sigaretje in huis. Ik zal me nestelen onder een kleedje op de bank, warm en behaaglijk. Er zal gedronken worden, glazen tegen schermen geklonken, en ik zal almaar verder wegzakken in de bank. Mensen zullen praten, maar ik zal het op een gegeven moment niet meer verstaan. Mijn batterij zal langzaam leegraken en haast ongemerkt, gaan we dommelend ten onder.

zelfisolatie dagboek – donderdag 19 maart

Mezelf heb ik nooit als een besmettelijk persoon beschouwd. Besmettelijk, dat is altijd de ander. Ik kon hoestend in een beslagen auto zitten met vier vrienden en niemand kreeg iets van me. Een ander hoefde maar te doen alsof of ‘ie ging niesen en ik had het al. Zo werkt dat nou eenmaal.



Tijdens het boodschappen doen vandaag, in de gang tussen de potgroenten en de pastasauzen, kuchte er iemand. Het was geen volle hoest, slechts een klein kuchje en ik stond ook nog eens op de veilige anderhalve meter afstand. Toch vroeg ik me onmiddellijk af of anderhalve meter ook een veilige afstand was om je te verhouden tot hoestende mensen. Het deed me denken aan mensen die zwemmen met haaien. Er zit dan wel een kooi tussen hen en de haai, maar die haaienmuil wordt er niet minder eng op. 



Ik weet dat die haai me vroeg of laat gaat pakken. In hoeveel kooien ik mezelf ook stop, cirkelend komt hij steeds dichterbij totdat hij een gaatje ziet en me bijt. Dan ben ik een paar dagen verkouden en ben ik de haai. Anderen zullen zich zorgen maken als ik hoest. Maar ja, de besmettelijke, dat is altijd de ander.

zelfisolatie dagboek – woensdag 18 maart

Iemand die ik lief vind vroeg vandaag of ze bij mij mocht stofzuigen. Dat bedoel ik op geen enkele manier pervers of seksueel, ze vroeg gewoon of ze mocht stofzuigen. Er lagen namelijk kruimels op de vloer en die plakten aan haar blote voeten als ze door mijn huis liep.



Omdat ik deze weken thuiswerk had ik de schoonmaakster afgezegd. Ik was in de veronderstelling dat thuiswerken zou leiden tot meer huisvlijt, maar dat bleek niet zo te zijn. De schoonmaakster kwam niet, en de schoonmaakster in mij kwam niet naar boven.


Maar ik zei: nee, je mag niet stofzuigen. Uit de kast pakte ik een paar dikke sokken voor haar blote voeten. Nu schaatst ze op sokken door het huis, wachtend tot ik de stofzuiger pak.

zelfisolatie dagboek – dinsdag 17 maart

Venus stond aan de hemel gisteravond. Dat is misschien wat gek om te melden, maar het was toch echt zo. Ze scheen fel, alsof ze een eigen ster was, en je kon haar tussen de nog kale boomtoppen door zien flikkeren. Het was op Venus net zo heet als altijd. Ze had geen flauw idee wat er op planeet Aarde gebeurde, zo’n tientallen miljoenen kilometers ver weg. Het zou haar ook niet uitmaken, ze draait haar rondjes om de zon zoals ze dat altijd doet. Dezelfde zon die haar langzaam frituurt omdat ze regelmatig te dichtbij komt. 



Ik vond troost in de gedachte van Venus die dichtbij komt en weer weggaat. Zoals ik ook weet dat afstand bewaren nu het belangrijkste is, hoe koud dat ook voelt. Het enige dat daarvoor nodig is, is erop te vertrouwen dat we straks als vanzelf weer dichterbij elkaar komen.

zelfisolatie dagboek – maandag 16 maart

Gisteravond heb ik mezelf uit een appgroep verwijderd waar ik even daarvoor aan was toegevoegd. 21 days of abundance heette de groep en elke dag zou ik een meditatie krijgen die ik binnen 24 uur moest uitvoeren. Let op: ik had niet gevraagd om in deze groep terecht te komen, maar volgens het bericht moest ik de coronacrisis zien als een kans om te groeien. Spiritueel opportunisme, alsof de dominee zich via mijn telefoon aan me opdrong.



Enfin, ik verwijderde mezelf uit die groep. Liever was ik nog even de brompot, de zeurpiet, het chagrijn, de man in ontkenning van de leegte die voor hem ligt. Laat staan dat ik me in die leegte wilde dompelen. Nee, vandaag ben ik nog in denial. En dat houdt pas op wanneer mijn zitvlees pijn begint te doen.