zelfisolatie dagboek – donderdag 7 mei

Vanuit mijn raam heb ik zicht op een grote boom. Op de eerste vertakking wonen twee duiven en sinds een week hebben ze een logee in de vorm van een klein tortelduifje. De knappe verstekeling met haar zwarte halsband zat gebroederlijk naast het verlopen stel. Het is een solidariteitsactie van het duivenpaar. Het aanbod aan verloren frietjes is flink geslonken, laat staan de door dronken toeristen achtergelaten plakkaten braaksel. Gelukkig is er op het plein een buurman die elke dag een zak oud brood leegkiepert.

Het tortelduifje verbleef vandaag op de rand van de flat. Haar gastvrouw en heer alert op hun vaste tak. De solidariteit bleek van korte duur. Geven wat je ten overvloede hebt is voor niemand lastig, pas als beide partijen het moeilijk hebben wordt de waarde van hun saamhorigheid getest. De broodkruim was op. Net als het geduld dat wij ten overvloede hadden aan het begin van de lockdown wordt het met de tijd schaarser. Alle spandoeken en t-shirts voor het zorgpersoneel ten spijt, de solidariteitstest is pas net begonnen.

zelfisolatie dagboek – maandag 4 mei

Tijdens de twee minuten stilte klonk er een ijselijke kreet op de Dam. Het bleek een meeuw die de stilte aangreep om zich kenbaar te maken. Mijn gedachten flitsten terug naar de damschreeuwer uit 2011, die ook de stilte gebruikte om zich te laten gelden. In een interview uit 2013 gaf hij aan dat in die schreeuw ‘zijn hele leven zat’. Zo klonk die meeuw ook een beetje.

Even later hield de koning een toespraak voor een leeg plein, voor alle legen pleinen eigenlijk. Hoe vaak zou hij op een verlaten Dam hebben gestaan? Voor het paleis, voor zijn woning? Misschien is hij er nachts een keer langsgefietst, vermomd en al, en stond hij in de korte pauze tussen twee trams en alle fietsers, even helemaal alleen.

zelfisolatie dagboek – zondag 3 mei

Hoe langer ik het kan volhouden, des te verder raak ik er van weg. Dat dacht ik toen ik vandaag rende. Ik probeerde de verveling kwijt te spelen die zich sinds een week in mijn leven heeft genesteld. Toen mijn kuiten vol beton waren, en mijn hoofd vol met paars, wist ik dat ik bijna op bestemming was. In de deuropening van mijn huis zag echter alles er hetzelfde uit. Ik was dan wel even weggeweest, het monster van de gezapigheid lag nog languit in de woonkamer.



Om op exact hetzelfde punt uit te komen als waar je begon, zonder bestemming, is eigenlijk maar een gekke manier van lopen. Toch doe ik het. Nergens heen, maar ook nergens van weg. Het is mijn manier van rondrennen in een hamsterbal. Hamsters zonder zo’n bal leven doorgaans ook minder lang, zeggen ze. Het is escapisme in een synthetisch shirt, maar of het je ergens brengt durf ik niet te zeggen. 


zelfisolatie dagboek – zaterdag 2 mei


Ik was vandaag in Wognum. Of ja, ik was niet echt in Wognum, maar bij benadering toch zeker. Dat moet ik uitleggen. In de brievenbus zat een tweedehands fotoboek dat ik op bol.com had besteld. Het was door een vriendelijke meneer uit Wognum op de post gedaan. Dat vriendelijke kon ik niet weten, het was het beeld dat ik erbij kreeg: een man in een klein West-Fries dorpje verpakt met zorg een mooi boek waar hij eerder zelf van genoot. Geen botte hork die aan zulke zaken zijn aandacht besteed.

De sympathie voor de verzender werd versterkt door een opvallend detail op het pakketje: de postzegels waren niet als stickers op de envelop geplakt, maar met stukjes vorige envelop en al op het pakket gelijmd. De vriendelijke meneer was een vriendelijke meneer in geldnood. Direct voelde ik me bezwaard dat ik er slechts negen euro voor had betaald.


Eenmaal open rook het boek naar tabak. De geur zat al snel aan mijn vingers en na een half uur dwarrelde de rook door mijn hele huis. Ik zat in de woonkamer in Wognum te kijken naar alles wat verkocht moest worden om wat bij te verdienen. Negen euro, dat is toch weer anderhalf pakje sigaretten.