Omdat er tijdens de avondklok nog niet bij me was aangebeld, schrok ik flink toen de bel gisteravond om 10 uur ging. Het was de buurvrouw. Ze was in paniek, want er was een harde piep in het gebouw waardoor ze niet kon slapen. ‘Komt het misschien uit jouw huis Steven?’
Mijn wasmachine stond uit, de koelkast zoemde zachtjes, maar dat kon het toch niet zijn.
‘Ik heb al bij zes buren aangebeld. Niemand weet wat het is. Ik word gek!’
Vanachter haar vierkante brilletje keken een paar vermoeide ogen naar me. Ze stond al met één been binnen toen ze zei: ‘Ja hier hoor ik het! Het komt uit jouw huis.’
Ik hoorde de piep ook, een zeurderige toon, het geluid dat nog in je oren zoemt nadat de rookmelder is afgegaan.
Ze liep terug naar buiten en trok het kleed dat ze in de haast had gepakt wat strakker om zich heen. Ook hier buiten klonk de piep. En toen wist ik het. ‘Buurvrouw, de piep komt van jou.’
‘Nee nee, want hij klinkt hier!’
‘Heb je geen horloge om of iets?’
Ze graaide wat onder haar kleding en daar was de dader: een klein kastje dat om haar nek hing.
‘Ooh het is mijn pacemaker! Oh gelukkig maar!’