dinsdag 18 oktober

Ik lig in bed en het is donker en stil. Zo donker en stil dat ik me afvraag waar ik ben. Door de muren heen klinkt verstomd de staartklok van de buurvrouw en dan besef ik dat ik in mijn eigen bed lig. Zeven keer slaat hij en dat betekent dat het vijf over zeven is. De staartklok loopt al zo lang ik hier woon vijf minuten achter, maar doordat ik al wakker ben, heb ik tien minuten gewonnen in de tussentijd. Pas dan piept er een wekker en begint er een dag.

Ergens slaat een hond aan. Hij lijkt dichtbij, maar er wonen geen honden in de straat. Dit is een kattenstraat. In vier opeenvolgende huizen – inclusief dat van mij – wonen poezen en katers. Ik probeer de mijne te vinden met mijn oren. Ze zijn beneden als we slapen, maar af en toe kun je ze horen. Als ze spelen op de plek waar de vloer kraakt. Of als hun rennen plots door een muur tot stilstand wordt gebracht. Dat hoor je ook.

Ik verleng mijn tussentijd door de wekker uit te schakelen. Naast me het zachte gezoem van mijn slapende vriendin. In de verte: het aanzwellende zoemen van auto’s. Ik schuifel naar beneden, zeg tegen de poezen dat ze zachtjes moeten doen. Hun motortjes spinnen stationair. Ik weet niet wanneer ik een ochtendmens ben geworden, maar het is gebeurd.

Een gedachte over “dinsdag 18 oktober

Geef een reactie op Karst Annuleer Reactie