Artemis



Er hupsen jonge merels door de tuin. Het zijn de zoon en dochter van een paartje dat nestelt in een rommelige heg.



Er is een niet helemaal af mannetje, waarvan het lijkt alsof hij de oude veren van zijn vader aanheeft, een beetje verwassen en een maat te groot; en zijn zus, een klein bolletje van een vogel die nog geen staart heeft. De zichtbare tekortkomingen beletten beiden het vliegen niet. Op het moment dat we de poezen weer de tuin in kunnen laten, blijkt er nog een derde merel te zijn.



We noemen haar het stille jong, of Artemis. Als een beeldje zit ze in de laurier, eerder opgemerkt door de poes dan door ons en er moet een bezem bij gehaald worden om poes bij haar weg te houden. De poes krijgt huisarrest. Haar zus ook. Medeplichtig.



Het is het niet-helemaal-affe mannetje dat keer op keer met wormpjes aankomt vliegen en bij gevaar alarm slaat. Als Apollo en Artemis blijven broer en zus bij elkaar. Apollo doet dat overigens niet al te handig, want doordat hij constant tjilpt verraadt hij aan de buurtkatten zijn positie. Al een paar keer is hij ter nauwer nood aan een klauw ontsnapt. Maar misschien doet hij dat juist om de aandacht af te leiden van Artemis, die met elke dag aansterken in de struiken een grotere overlevingskans heeft.


De neiging van Apollo om Artemis van eten te voorzien, ook al is hij niet de vader, is een sterk instinct dat wordt aangewakkerd door de zachte piepjes van Artemis. Bij de Grieken gold Apollo als het toonbeeld van mannelijke schoonheid. Dat belooft nog wat voor deze jonge merel. Eerst nog een keer naar de kleermaker en zich niet laten verleiden om alleen maar bij zijn zus rond te hangen. 


Plaats een reactie