
Om een zetel te verdienen bij de Tweede Kamerverkiezingen heb je naar schatting zo’n 70.000 stemmen nodig. Om tenminste vijf zetels te verdienen moet je ervoor zorgen dat alle scootmobielrijders van Nederland achter je staan. Het aantal scootmobielen groeit namelijk gestaag en staat nu op zo’n 400.000, goed voor vijf à zes zetels. Waar je in het geval van fietsers er niet vanuit kunt gaan dat het aantal fietsen ook overeenkomt met het aantal inwoners – er zijn altijd mensen met meer dan één fiets -, kan dat in het geval van de scootmobiel wel. Wat moet een mens in hemelsnaam met meer dan één scootmobiel? Ze nemen zoveel ruimte in beslag dat het hebben van twee scootmobielen alleen al om praktische redenen onwenselijk is. In het verzorgingstehuis waar mijn oma de laatste jaren van haar leven verbleef, hing in de berging niet voor niets een briefje met daarop: alléén scootmobielen van bewoners!
Peter de Krom legde de leden van de scootmobielclub uit Maassluis vast tijdens hun wekelijkse ronde. Op de foto maken ze een tour van Maassluis naar Hoek van Holland en terug. Het is belangrijk dat de leden die route goed uitkienen, het bereik van een scootmobiel is beperkt en vind maar eens een oplaadpunt midden in de polder. Het is niet ondenkbaar dat degene met het beste richtingsgevoel om die reden vooraan rijdt.
Wat verder opvalt op deze foto: alle deelnemers hebben een zichtbaar oranje hesje over de leuning van hun scootmobiel, behalve de achterste dame in het wit. Zij rijdt op een afstandje van de groep en er lijkt een rugzak over haar hesje te hangen. Je zou zeggen dat juist als laatste in de rij de zichtbaarheid van het hesje essentieel zou zijn. Maar misschien zit hier een scootmobiellogica achter die ik nog niet ken.
De scootmobielers die in een strakke lijn achter elkaar aan rijden doen me denken aan iets wat elke lente te zien is: de eend met haar jongen. De kuikens blijven dichtbij de moeder en zwemmen in een strak spoor achter haar aan. Dat netjes achter moeder aanzwemmen is geen brave gehoorzaamheid, het biedt namelijk flinke voordelen. De moedereend produceert een golf waar het eerste kuiken op kan surfen, waardoor het zwemmen voor het kuiken minder moeite kost. Om de broertjes en zusjes achter haar te helpen geeft het eerste eendje in de rij de golf door aan de eendjes daarachter, waardoor ook de achterste eendjes zo’n 50% minder inspanning hoeven te leveren. Desondanks is het achterste eendje toch vaak de klos. Voor een hongerige reiger is het achterste eendje juist de eerste in de rij.
Wie ooit gefietst heeft, wist al dat het laatste wiel niet per se het meest voordelig is. Juist in de buik van het peloton, in het midden van de groep, ben je het best beschermd tegen de wind. Achterop raken als scootmobieler lijkt me ook onvoordelig. Wat als je stilvalt? Niemand ziet het. En een niet oplettende automobilist, niet beducht op een lint aan scootmobielen, zal als eerste de achterste scootmobieler raken.
Maar wie bepaalt die volgorde waarin ze rijden? Heeft dat inderdaad met de route te maken of zou er sprake zijn van een hiërarchie bij de scootmobielers? Misschien is er een roulatiesysteem: Ria de ene week voorop, de andere weken Nol, Truus of Gerard. Wat ook kan: de achterste vrouw heeft een defect aan haar scootmobiel en we zijn getuige van het stilvallen van haar bolide. Mogelijk was ze hier op voorbereid en zit er in het tasje achter haar stoelleuning een extra accu die, wanneer ze deze omwisselt, zorgt voor genoeg snelheid om alsnog naar de kop van de groep te rijden. Mocht competitie geen rol spelen dan is het voordeel van de laatste positie dat het de meeste vrijheid geeft: niemand bemoeit zich met je en je hebt het meeste overzicht. Het is in die zin misschien niet de meest veilige positie, maar wel de meest vrije.
Op de foto’s van De Krom zien we vaker mensen terug die zichzelf proberen te vermaken: kinderen die soldaatje spelen in een woonwijk, volwassenen die met vuurwerk de boel in lichterlaaie zetten of de naaktrecreanten in de duinen van Hoek van Holland die als stokstaartjes boven het gras uitsteken. Het is niet toevallig dat De Krom ons juist op die momenten vastlegt. Op de momenten dat we onszelf vermaken laten we namelijk iets essentieels van onszelf zien. Homo Ludens, de spelende mens, komt in vele gedaanten, maar het spelen is universeel. Ook zij die een afstand niet meer fietsend of lopend kunnen overbruggen spelen op hun eigen manier. Hoe koddig het beeld ook is, dit is wie we zijn, spelende mensen, zelfs als lopen moeizaam gaat.
Het is gemakkelijk om flauwe grappen te maken over de groep scootmobielers in ganzenpas. Een andere gemeenplaats bereiken we door te zeggen dat het goed is dat deze scootmobielers tenminste naar buiten gaan en elkaar opzoeken, dat ze er iets van proberen te maken. Zulke gedachten infantiliseren deze groep, die machtiger is dan ze op het eerste ogenblik lijkt.
Volgens de laatste statistieken zijn er in 2030 600.000 scootmobielen in Nederland. Uitgaande van de logica van één scootmobiel per persoon, komt dat neer op zo’n 8 à 9 zetels bij de Tweede Kamerverkiezingen, waarschijnlijk een beslissend aantal in de formatie. Spindoctors houd er rekening mee: dit is een groeiende doelgroep.